Voorbeeld: Lange Lijs (groep 1-4)

De Lange Lijzen van Ojbs De Driehoek in Dordrecht.
De Lange Lijs-pop van Stichting Kansrijke Taal.

Doelen

Doelen uit de Referentieniveaus taal

  • Kan eigen ideeën, ervaringen, gebeurtenissen en fantasieën opschrijven in een verhaal (...) of in een gedicht (3.4.).
  • Kan korte, eenvoudige teksten (KT: versjes en gedichten) schrijven over onderwerpen uit de directe leefwereld van de schrijver (KT: van het kind).
  • Redelijk accuraat gebruik van zinsconstructies (KT: versregels en verzen).
  • Basale structuurelementen herkennen (KT: in poëtische taal), zoals wisselingen van tijd en plaats (toevoeging KT: onder meer opbouw, spanningsboog en literaire begrippen onder meer ritme, melodie, climax, anticlimax, vergelijking, herhaling, metafoor (2.2.).
  • Spannende, humoristische of dramatische passages in de tekst kunnen aanwijzen (2.2.).
  • Met medeleerlingen leeservaringen uitwisselen (2.2.).

Overige doelen

  • Plezier beleven aan het schrijven en voordragen van versjes en gedichten.
  • Genieten van klank, ritme, melodie, rijm etc. in poëzie, van de zeggingskracht.
  • Verbreden en verrijking van beelden over wat een gedicht is c.q. zou moeten zijn en eigen voorkeur voor bepaalde versjes en gedichten ontwikkelen en onder woorden brengen.
  • Inleven hoe dichters gedichten schrijven, bijvoorbeeld door herschrijven en continu verberen.
  • Een arsenaal van versvormen en vormgedichten leren kennen en er gedichten mee maken.
  • Ontdekken en ervaren hoe tekst op schrift en tekst om te lezen zich tot elkaar verhouden (groep 1 - 2) (elfje en Lange Lijs).

Omschrijving

Kinderen maken een variant op het gedicht Luie Trui van Shel Silverstein waarbij het aantal woorden, cadans en rijmschema hetzelfde blijft. Het gedicht wordt afgesloten met een (anti)climax en heft twee rijmwoorden. De woorden worden onder elkaar geschreven wat de naam Lange Lijs eer aandoet.

Tijdens de instructie ontstaat het gedicht al doende, terwijl de groep het samen opzegt. De groep begint steeds opnieuw als er weer een nieuw stukje is bedacht. Klinkt het goed en loopt het gedicht nog? Dan kan het vervolg bedacht worden. Zo niet dan zoekt de leerkracht samen met de kinderen naar een alternatief.

Hoe aangeboden?

In een lessen'serie' van 1 of 2 lessen. Meer informatie in de basisplanning gedichten, taalspel, figuurlijke taal.

Werkkaart

121009.2-4.werkkrt.langelijs.docx (80.7 kb)

Structuur Lange Lijs verbeeld

Op basisschool De Hoven wordt de structuur van een Lange Lijs inzichtelijk gemaakt. Elke kleur geeft een ander stukje van het vormgedicht weer. Het eerste woord wordt zeven keer herhaald, dan volgt een persoon/dier etc (zie onder).

Ideekaart Lange Lijs

121009.2-4.ideekrt.langelijs.docx (78.5 kb)

Bronvermelding

Gedicht van Shel Silverstein (Het randje van de wereld. De Fontijn).

Materialen

  • Gedicht Luie Trui
  • Lange Lijs pop waarop je de zinsdelen speldt/ naait
  • Evt. werkkaart en ideekaart (groep 3-4)
  • 14 gekleurde kaartjes: 7 van één kleur voor varianten op Luie, 2 voor de naam (variant op Trui) en voor een woord dat rijmt op de naam (variant op 'een bui'), en één met 'ze wil een beetje...' Dan nog 4 kaartjes met vaste tekst (dus wacht ze etc.). Let erop dat het woordje ze aan het einde vervalt.
  • Evt. opnameapparatuur.

Dwarsverband

Het maken van een Lange Lijs is ook een activiteit voor groep 1-2 in de leerlijn technisch lezen. Voor groep 5-6 hoort de activiteit thuis in de leerlijn zinsbouw & grammatica.