Woordenschat

Essentie

Met de activiteiten woordenschat vergroten kinderen actief hun arsenaal woorden. Ze leren veel woorden kennen, begrijpen en gebruiken. Niet alleen het aantal woorden dat kinderen tot hun beschikking hebben is daarbij belangrijk maar ook de relaties tussen woorden. Voorbeelden zijn: concreet - abstract, nuanceverschil, vergelijking, letterlijke en figuurlijke betekenis, tegenstelling, homoniem, synoniem.

Doelen en structuur

De leerlijn woordenschat heeft 25 activiteiten verdeeld over zeven categorieën. Sommige activiteiten zijn geschikt voor alle groepen en bouwen op in moeilijkheidsgraad. Andere zijn specifiek bedoeld voor één bepaalde leeftijdsgroep. Bij elke categorie zijn doelen aangeven.

Materialen

Op de digitale leeromgeving heeft elke activiteit woordenschat een eigen pagina. Daarop staat het doel, een beschrijving en de wijze van aanbieden. Daarnaast zijn bij de meeste activiteiten materialen te downloaden voor gebruik in de groep. Leerkrachtkaarten met een les(senserie)opzet, kaarten waarmee leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen, voorbeelden, leerspelen en ideeën voor attributen.

Ook handig om na te volgen en van te leren: lesverslagen van collega's die de activiteit met de groep hebben gedaan.

Wanneer wat?

In een basisplanning zijn de activiteiten verdeeld over vijf perioden van zeven à acht weken. Per leerlijn wordt aangegeven of een activiteit vooral geschikt is om aan te bieden als lessenserie, toegepast in thema's en projecten of om regelmatig kort met de groep te doen. Teams kunnen op deze planning variëren. Middels registratieformulieren houden leerkrachten bij hoeveel lessen ze daadwerkelijk aan de  woordschatactiviteiten hebben gewijd.

Tijdsinvestering

De tijdsinvestering voor activiteiten woordenschat is circa anderhalf uur per week. Daarnaast lenen activiteiten woordenschat zich er goed voor om toe te passen in bijvoorbeeld thema's en projecten.

Probeer uit

De voorbeeldactiviteit: van ordenen naar beeldwoordenboek (groep 1-4).